De Nashville verklaring: wat te zeggen…

De kerk is weer eens in het nieuws en bepaald niet op een positieve wijze. In het acht uur journaal van zaterdag 5 januari werd gemeld dat een grote groep predikanten uit de Protestantse kerk een verklaring heeft ondertekend tegen homoseksualiteit. Ik schrok daar van en dacht: “dat kan toch niet waar zijn”. Even googelen op internet leerde mij al snel dat de journalistiek weer eens de klok heeft horen luiden, maar niet weet waar de klepel hangt. De groep ondertekenaars zijn voornamelijk orthodoxe tot zeer-orthodoxe predikanten uit andere kerkgenootschappen, daaronder helaas ook 30 predikanten (van de 1600) uit de Protestantse. Door het zo te brengen is de toon in de media toch weer gezet: de kerk is iets van voorbije tijden en houdt zich bezig met achterhaalde denkbeelden. Ondertussen ligt deze uit Amerika overgewaaide verklaring er wel. In niet mis te verstane taal wordt er fel stelling genomen tegen homoseksualiteit en trans-genders. Wat ik mij dan afvraag is: waarom nu zo’n verklaring? Dat deze predikanten en hun gemeenteleden er zo over denken is voor mij geen nieuws. Dat is al langer bekend. Waarom dan nu? De precieze reden weet ik natuurlijk niet, maar op de een of andere manier zoeken de ondertekenaars steun bij elkaar: kennelijk moet er een front gevormd worden. In de media is over deze Nashville-verklaring terecht een storm van kritiek los gebarsten. Ook de scriba van de Protestantse Kerk heeft afstand genomen van dit document. Ik ben daar blij mee en had ook niet anders verwacht. Daarmee zou de kous af kunnen zijn, ware het niet dat er toch iets in beweging is gezet. Ik voel daarom bij mezelf de behoefte om als homoseksueel en als predikant van de Protestantse Gemeente te Heino toch te reageren. Deze groep mensen zet een beeld van de kerk neer waar ik mij niet bij thuis voel en waar ik ook niet mee geassocieerd wil worden. Tegelijkertijd voel ik ook weerstand bij het reageren omdat dit reageren niet iets is wat ik zelf wil, maar waar ik door deze groep toe gedwongen wordt. Het liefste zou ik het willen negeren, doodzwijgen. Het is eigenlijk hetzelfde wanneer je op straat te maken krijgt met een groepje dat probeert om je uit te dagen. De neiging is ook dan groot om er tegenin te gaan, maar dat is nu precies wat ze hopen dat je zult doen, zodat ze een aanleiding hebben om een robbertje te vechten. Het beste kun je zo’n aanval negeren, ontwijken of desnoods vluchten. Tegelijkertijd kan dat in dit geval niet. Ik wil niet dat mensen denken dat de kerk in Heino ook dit soort standpunten huldigt. Dat doen we niet, integendeel. Bij ons is iedereen welkom. Bij ons kunnen mensen hun relatie beleven met de partner van hun keuze en willen wij elke relatie in liefde en trouw, als daar om gevraagd wordt, van harte zegenen. Ik wil dat de mensen dat weten. Toch blijf ik moeite hebben met een ferme tegenverklaring. Een ferme tegenverklaring van een groep (anders dan een persoonlijke verklaring) heeft voor mij altijd ook iets hypocriets. Het is makkelijk om stoere taal te bezigen, maar hoe zuiver zijn we zelf. Vergeten we ondertussen niet dat de samenleving zelf ook een ontwikkeling heeft doorgemaakt. Het is nog niet eens zo heel lang geleden dat een anti-homo verklaring door velen als heel vanzelfsprekend zou worden gevonden. Bovendien zijn we er in onze huidige samenleving als het gaat om vrijheden en tolerantie nog lang niet. Ook de kerk in Heino heeft zo’n traject van verandering ondergaan, daarom past ons geen stoere taal. Het mag dan wel zo zijn dat de kerk in Heino aan iedereen volop ruimte biedt en dat ook in haar beleidsplan heeft staan, toch is het zeker niet zo dat 100% van de leden daar zo over denkt. Dat kan ook niet. In een groep is er altijd nuance. Wel is het zo dat wij door de jaren heen geleerd hebben elkaar wat te gunnen en het accent te leggen op ieders eigen verantwoordelijkheid. Wij beseffen heel goed dat we een ander niet de maat kunnen nemen, maar dat we alleen maar oprecht kunnen luisteren naar hoe een ander iets beleeft of ervaart. Dat wil niet zeggen dat er binnen onze groep geen grenzen zijn. Die zijn er zeker wel (bijvoorbeeld als de belangen van een ander worden geschaad). Ook is het geen onverschilligheid in de zin van leven en laten leven, maar juist de diepe erkenning dat het leven dat God ons geeft zich op velerlei wijze kan ontvouwen. Daar ligt ook mijn grootste grief tegen de verklaring van Nashville. Hier zijn mannen (ja, vooral mannen) aan het woord die menen heel precies te weten hoe God over bepaalde dingen denkt. De verklaring is voor hen de christelijk leer en omgekeerd geldt dus ook: een ieder die dat niet zo ziet, is niet christelijk. Daar kan ik niet in meegaan. Mijn ervaringen met God zijn anders en ik zou graag willen dat dat nu eens eindelijk erkend wordt door een ieder die er anders over denkt.

 mede namens de voltallige kerkenraad van Protestantse Gemeente te Heino

ds. Hans van Solkema